OLV Onbevlekt Ontvangen

Katholieken in Overveen

Het was moeilijk om na de reformatie het katholieke geloof in het openbaar te belijden. In Overveen was dat niet anders. In 1855 werd begonnen aan de bouw van de huidige R.K. kerk aan de Korte Zijlweg. Maar daarvoor konden katholieken alleen terecht in statiekerk St. Bavo, de schuilkerk, die stond op de plek waar nu de huidige pastorie staat. In 1692 werd de pastorie gebouwd en in 1695 verrees aansluitend een eenvoudig kerkgebouw achter deze pastorie. Volgens de toenmalige voorschriften was dit kerkgebouw een echte 'verscholen kerk'. Men mocht van buitenaf niets kerkelijks ontwaren. Het kerkgebouw met het pannendak zag er uit als een schuur en stond dus verscholen achter de pastorie en de pastorie zelf zag er uit als een burgerwoning.
Statiekerk St. Bavo
De statiekerk St. Bavo van Overveen (1695 – 1855) aan de Korte Zijlweg
In 1856 werd naast de oude schuilkerk een nieuwe kerk gebouwd, de O.L.V. Onbevlekt Ontvangen. Hoe werd dat bekostigd? Al in de tijd van de schuilkerk telde het dorp verscheidene rijke blekers, die de kerk financieel ondersteunden en ook hun stempel drukten op de inrichting van de kerk. Zo lieten zij in 1732 een zitplaatsen aanleggen op een fraai balkonnetje achterin de schuilkerk. Op de toegang zat een deur met twaalf sloten zo blijkt uit een bewaard gebleven rekening. Om het geld bijeen te krijgen voor de nieuwe kerk waren opnieuw de bijdragen van de welgestelde parochianen onontbeerlijk, maar dit keer waren het de rijke bollenboeren die een duit in het zakje deden. Het was een gebruik geworden dat de bollenkwekers jaarlijks een partij van hun beste bollen afstonden voor een veiling ten bate van de bouw en later het onderhoud van de nieuwe kerk. In de kerk zaten de rijke bollenkwekers op de stoelen van de voorste rijen. De vrouwen en mannen apart. Er waren zeven rangen waarbij voor elke rang een corresponderende jaarlijkse contributie verschuldigd was. De banken achteraan en in de zijbeuken waren het goedkoopst, daar zat het gewone kerkvolk. De armen hadden geen zitplaats, zij moesten staan. Zo valt uit de zitplaatsregisters de sociale status af te lezen. Voor katholieken uit het gebied ten westen van Haarlem gold dat de parochie belangrijker was dan de (verschuivende) gemeentegrens, en zijn gingen ook hier ter kerke.
RK Kerk OLV Onbevlekt Ontvangen
De O.L.V. Onbevlekt Ontvangen, gebouwd in 1856, ets anno 1872
Vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw bloeide het rijke roomse leven volop. Niet alleen bij kerkelijke plechtigheden zoals dopen, trouwen, en overlijden speelde de kerk een dominante rol, maar deed dat ook in het onderwijs en het verenigingsleven. De parochianen werden ook geacht zich als voorbeeldige katholieken te gedragen en alleen goedgekeurde boeken en tijdschriften te lezen. Het begrip ‘streng’ stond centraal: een streng katholiek gezin, een streng katholieke school, een strenge eisen stellende kerk, een strenge pastoor. ‘De kerk had altijd gelijk, de clerus had altijd gelijk, de school had altijd gelijk.’ Het was toen ook een sterk verzuilde maatschappij waarin men zich niet diende in te laten met de andere “zuilen”: zoals de protestanten en de sociaal-democraten (de “rooien”). Toch heeft het katholieke onderwijs de sociale mobiliteit sterk bevorderd. Als je kon leren kreeg je daar alle kans voor, ongeachte de sociale status van de ouders. In de parochie Overveen zaten de kinderen van de rijkere families (vooral ten noorden van de spoorlijn) naast die uit de meer eenvoudige gezinnen.

Katholiek onderwijs

Het Mariagesticht in Overveen was een klooster en scholencomplex dat in 1893 werd gebouwd. Het diende als klooster voor de zusters, maar ook als meisjesschool, bewaarschool (kleuterschool) en internaat. Het was een belangrijk centrum van katholiek onderwijs en opvoeding in Overveen en werd gerund door de zusters, die katholiek onderwijs gaven aan meisjes uit Overveen en omliggende plaatsen. Het internaat bood plaats aan kinderen die niet dagelijks konden reizen. De Aloysiusschool werd geopend op 1 oktober 1921. Vanaf de oprichting in was de school nauw verbonden met de katholieke parochie in Overveen. Veel kinderen uit katholieke gezinnen gingen erheen, en er was een nauwe samenwerking met de pastoor en nonnen die bij het onderwijs betrokken waren. Vanaf 1959 werden meisjes toegelaten tot de Aloysiusschool. Tot die tijd was het een jongensschool, terwijl er apart een Mariaschool bestond voor meisjes. In 1959 zijn deze twee scholen samengevoegd tot één gemengde basisschool. In 1982 is het gebouw gesloopt om vervangen te worden door een nieuw gebouw, waarin ook de Mariakleuterschool werd gevestigd. Einde van de goede oude tijd ?

home

Last Revised: November 2025
Wil van Roode