Tolpoorten in Overveen

De kruising Bloemendaalseweg–Zijlweg was een van de oudste economische kernen van Overveen. Op deze T-kruising stonden enkele belangrijke gebouwen. Het Raadhuis van Overveen (van 1846 tot 1937) stond op de plek waar tegenwoordig hotel-restaurant "Loetje" te vinden is. Daar tegenover stond de oude herberg "Van Ouds het Raadhuis", die er in verbouwde en uitgebreide vorm nu nog staat. De naam verwijst naar het feit dat deze herberg oorspronkelijk ook diende als raadhuis van Overveen. Reizigers, economisch verkeer en bewoners van de buitenplaatsen die via dit verkeersknooppunt naar hun plaats van bestemming gingen moesten tol betalen. Er waren twee tolposten, één op de Zijlweg en één op de Bloemendaalseweg, beide dichtbij de herberg en het Raadhuis. Zowel aan de Zijlwegzijde (Zijlweg 9) als op de Bloemendaalseweg waren tolhekken geplaatst, waar men stopte en de tol ging betalen aan de tolgaarder in het tolhuis(je).
Overveen in 1873
De dorpskern van Overveen in 1873 met het Raadhuis (1), logement Van Ouds het Raadhuis (2), tolhek (3) en tolhuisje (4)

Waarom werd er tol geheven?

Tolheffing was in Nederland eeuwenlang een gebruikelijke manier om de kosten van aanleg en onderhoud van wegen te betalen. In een tijd waarin landelijke of gemeentelijke wegbelasting nog niet bestond, moesten reizigers bijdragen aan het gebruik van belangrijke doorgangswegen. Het verharden van deze wegen — meestal door lokale landeigenaren of gemeenten — maakte ze betrouwbaarder, maar ook duurder. Daarom werd tol ingevoerd. Omdat met de opbrengsten de kosten van het wegonderhoud moesten worden betaald was de tol niet voor iedereen gelijk. Tarieven waren meestal afhankelijk van het type voertuig, het aantal paarden, de lading (bijv. turf, hout, bouwmateriaal). Boeren en lokale bewoners konden soms korting of vrijstelling krijgen. De tolpost functioneerde aldus als een vroeg administratief punt, waar toezicht werd gehouden op beweging van goederen en mensen.

Betekenis voor de Overveense dorpsontwikkeling

De tol had een grote invloed op de dorpsstructuur van Overveen. Het trok handel en reizigers aan, waardoor herbergen, winkels en dienstverleners zich rond de tolpost vestigden. De kruising Bloemendaalseweg–Zijlweg werd hierdoor een van de oudste economische kernen van Overveen. Ook cultureel liet het sporen achter: ansichtkaarten uit 1890–1920 tonen regelmatig de tolpost als herkenningspunt.

Afschaffing van de tol

In 1912 werden de Overveense tolheffingen afgeschaft. Rond het begin van de 20e eeuw veranderde het wegbeheer in Nederland drastisch. Gemeenten en provincie namen steeds vaker wegen in beheer. De komst van de eerste motorvoertuigen vroeg om betere doorstroming. Er kwam landelijke regelgeving die tolheffing steeds minder nodig maakte. Het tolhek werd verwijderd en de gebouwen kregen een nieuwe functie als woonhuis of winkel. Een van die gebouwen is bewaard gebleven: Zijlweg 9, een gemeentelijk monument dat nog steeds de naam “De Oude Tol” draagt.
Tolpoort Zijlweg
De tolhekken ter hoogte van Zijlweg 9 omstreeks 1900. Op de achtergrond: het Raadhuis met het klokkentorentje. Links daarvan het logement Van Ouds het Raadhuis. Het pand "De Oude Tol" is aan de rechterzijde van de weg en niet afgebeeld op deze foto.


home

Last Revised: November 2025
Wil van Roode